Klim­woorden­boek

Welkom op Tom’s klimwoordenboek!

Er worden veel klimtermen gebruikt tijdens het klimmen of boulderen. Deze website helpt je met de betekenis achter de termen!

Startend met de letter A

(Abseil)acht

Een zekerapparaat in de vorm van een acht.

Aapfactor

Het verschil in je lengte ten opzichte van de spanwijdte van je armen. Een positieve aapfactor wordt als goed gezien voor klimmen, je kunt nét iets beter bij een greep die voor anderen mogelijk buiten bereik is.

Abseilen / Rappel

Het via een touw zelfstandig afdalen van een verticale wand.

Achtknoop

Een knoop in de vorm van een acht. Wordt veel gebruikt bij direct inbinden, in de vorm van een teruggestoken achtknoop.

Afvlaggen / Flagging

Het uitsteken van een van je benen om je evenwicht te bewaren.

ATC / Tuber

‘Air Traffic Controller’, een eenvoudig en veelgebruikt zekerapparaat van Black Diamond.

Startend met de letter B

“Blok!”

Een term die klimmers gebruiken om aan de zekeraar aan te geven het touw strak te trekken.

Bak / Jug

Een heel goede greep waar je je vingers meestal in kunt doen. Tegenovergestelde van een sloper, waar je je vingers alleen op kunt leggen.

Barn door

(onvrijwillig) draaien doordat je je contactpunten met de muur op 1 lijn hebt. Heet barn door omdat je handen en voeten bij deze beweging hetzelfde doen als de scharnieren van een deur: je lichaam (de deur) in een boog draaien.

Bathang

Op de kop hangen aan je tenen, als een vleermuis.

Belay Master

Een veelgebruikte HMS carabiner van het merk DMM, een bedrijf uit Wales.

Beta

Informatie over hoe een route te klimmen.

Bleau / Fontainebleau

Een zeer populaire locatie om buiten te boulderen in Frankrijk, ten zuidoosten van Parijs.

Boulderen

Klimmen zonder touw, dus zonder dat je gezekerd bent. Maximale hoogte is ongeveer 4,5 meter.

Builderen

Boulderen maar dan op gebouwen. Het woord komt uit het Engels: building + boulderen = builderen.

Startend met de letter C

Campusbord

Latjes (verschillende diktes en op verschillende afstanden) vastgemaakt aan een wand, boven elkaar geplaatst. Klimmers klimmen hierop aan alleen hun vingers omhoog om vingerkracht te trainen.

Campussen

Het klimmen van (een deel van) een route zonder gebruik van je voeten.

Canyoning

Bergsport waarbij je een rivier volgt door een kloof. Abseilen van een waterval is hier onderdeel van.

Carabiner

Een metalen ‘haak’ met scharnierend deurtje, veel gebruikt in de klimwereld. In vele varianten verkrijgbaar, elke variant met z’n eigen doel.

Carabiner / karabijnhaak

Een ronde metalen lus met een zelfsluitend deurtje, gebruikt voor een hoop toepassingen binnen de klimsport.

Crack climbing

Klimmen door gebruik te maken van scheuren en kieren in de rotswand.

Crash pad / bouldermat

Een mat, eigenlijk een soort matras van schuim, die je op de grond neerlegt als je buiten gaat boulderen.

Crimp

Een greep die net groot genoeg is om met (een paar van) je vingertoppen te kunnen pakken.

Cross loading

Bij cross loading is een carabiner overdwars belast. Dit is niet de bedoeling, omdat een carabiner dan een minder groot gewicht aankan bij een val.

Crux

De belangrijkste (moeilijkste) beweging in een route.

Startend met de letter D

Dab

Gebruik van een verkeerde greep, of een ander deel dat niet bij de route hoort zoals de grond.

Deep water solo

Klimmen zonder touw of zekeraar, met water onderaan de route om in te vallen. Vaak gedaan bij kliffen aan zee of bij zwembaden.

Disco knee

Als tijdens het klimmen je benen beginnen te trillen.

Dog bone

Stukje textiel tussen twee carabiners, het midden van een setje / quick draw.

Dynamisch (klimmen)

Je momentum gebruiken tijdens het klimmen, en soms ook niet zeker zijn of je de greep waar je naartoe vliegt wel gaat halen. Tegenovergestelde van statisch klimmen.

Dyno

Een dynamische beweging zoals het springen van een greep naar een andere. Vaak is een beweging hand voor hand, bij dyno’s laat je vaak beide handen tegelijk los.

Startend met de letter E

Element / Volume

Een ‘uitbreiding’ van de muur, waarop grepen geschroefd kunnen worden.

Excalibur

Een klimtoren in Groningen met een hoogte van 37 meter. Door de vorm genoemd naar het mythische zwaard van koning Arthur.

Startend met de letter F

Figure four

Een techniek waarbij de klimmer al hangende een been over de arm aan de andere kant haakt. Door het naar beneden duwen van dit been komt het bovenlichaam omhoog en heb je net een beetje extra bereik.

Flapper

Een stukje huid aan de onderkant van je hand dat half is losgelaten, en er uit ziet als een soort flapje.

Flash

Het in een keer succesvol klimmen van een voor jou nieuwe route met wat voorinformatie (beta).

Free solo / vrij klimmen

Klimmen zonder op enige manier gezekerd te zijn.

Freyr

Een populaire locatie om buiten te (voor)klimmen in België.

Startend met de letter G

GriGri

Halfautomatisch zekerapparaat van Petzl. Sluit zichzelf na plotselinge belasting, zoals een autogordel.

Startend met de letter H

Haak

Een vast punt in de muur, waar je jezelf bij het voorklimmen met een quickdraw aan kunt vastmaken.

Handwissel

Het wisselen van de hand waarmee je vasthoudt met je andere hand. Vaak heel voorzichtig (vinger voor vinger) gedaan, om zo je gewicht te verplaatsen zonder los te laten.

Hangbord / Beastmaker

Een bord met verschillende kleine gaten waaraan je kunt hangen om je vingerkracht te trainen. ‘Beastmaker’ is een veel gezien merk voor hangborden.

Heelhook

Een van je hakken gebruiken om op een greep of rand te blijven hangen.

Highball boulder(ing)

Boulderen op grotere hoogtes dan een ‘normale’ boulder; 10 meter hoog is geen uitzondering. Erg gevaarlijk, en is praktisch hetzelfde als free solo klimmen.

HMS enabled Carabiner

Dit is een carabiner die breed genoeg is om een halve mastworp in te kunnen leggen.

Startend met de letter I

Inbinden

Het vastmaken van het touw aan je klimgordel.

Indraaien

Je schouder en heup richting de muur draaien, voor betere balans of nét dat beetje extra bereik.

Startend met de letter J

Bak / Jug

Een heel goede greep waar je je vingers meestal in kunt doen. Tegenovergestelde van een sloper, waar je je vingers alleen op kunt leggen.

Startend met de letter K

(in)klippen

Het touw in een carabiner plaatsen zodat het touw er doorheen loopt.

K2- / K3 certificaat

Een certificaat waaruit blijkt dat je geleerd hebt te klimmen, en dat zonder toezicht kunt doen in een klimhal. Uitgegeven door de Branchevereniging Klimsport, niet alle klimhallen voeren deze benaming. K2 is voor top rope klimmen, K3 is voor voorklimmen.

Kikkerstart

Je begint een boulder hangend aan je handen en met je voeten tegen de muur.

Klimgordel

Een klimgordel is misschien je belangrijkste uitrusting: het zorgt ervoor dat je kunt zekeren en gezekerd kunt worden.

Klimjaarkaart

Een jaarabonnement, nodig voor klimmen in klimgebieden in België.

Klimmen

Een heel veelzijdige, uitdagende en sociale sport, gericht op het verslaan van de zwaartekracht. Handig als de vloer een keer écht lava is!

Klimschoen

Een schoen die anders is dan andere schoenen: er zit ook rubber op de tenen en de hiel. Zitten vaak ook erg strak.

Klimtouw

Een touw gebruikt bij klimmen, bestaande uit honderden nylon om elkaar gedraaide draden en soms een speciale waterafstotende laag.

kN / kiloNewton

Veel gezien op klimbenodigdheden, met name op carabiners. Is geen statisch gewicht maar een dynamische belasting. 1 kN staat ongeveer gelijk aan 102 kilogram.

Kneebar

Je knie gebruiken om te blijven hangen achter een rand, bijvoorbeeld door je onderbeen klem te zetten in een gat.

Startend met de letter L

Lifeline / Slinge

Een lus gemaakt van textiel die je kunt gebruiken om jezelf te zekeren, bijvoorbeeld bij het ombouwen van een route.

Startend met de letter M

Maillon

Een speciaal soort haak, veel gezien aan de top van een route.

Matchen

Je beide handen op dezelfde greep hebben.

Materiaalhaak

De lussen aan de zijkant van je klimgordel, bedoeld om bijvoorbeeld je zekerapparaat of setjes aan vast te maken.

Multi pitch

Een route die bestaat uit meerdere touwlengtes.

Startend met de letter N

NKBV

Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging, zie ook de website van het NKBV: https://www.nkbv.nl/

Startend met de letter O

On-sight

Top bereikt in eerste poging, zonder beta.

Op wrijving

Je handen of voeten gebruiken op een stuk lege muur, dus zonder een greep te gebruiken.

Overhang

Een wand die sterk naar je toe helt of zelfs horizontaal over je hoofd heen gaat.

Startend met de letter P

Partnercheck

Dit is wat je doet voordat je gaat klimmen. Je controleert elkaars uitrusting, en gaat dan pas klimmen.

Pocket

Een greep waar je slechts een paar vingers in kunt doen.

Pof / Magnesium

Dit is het kenmerkende witte poeder dat klimmers maar ook bijvoorbeeld turners en gewichtheffers gebruiken om hun grip te verbeteren.

Pofzak

Een zak of zakje waarin je je pof bewaart. Grofweg twee varianten: een die je meeneemt aan je klimgordel, en een grotere versie bedoeld voor boulderaars.

Portaledge

Een soort tent die je aan een verticale muur kunt hangen. Veel gebruikt in lange routes waar mensen meerdere dagen onderweg zijn.

Project

Als je meerdere pogingen (vaak meerdere dagen) nodig hebt voor een klimroute of boulder.

Startend met de letter Q

Quick draw / Setje

Twee carabiners met een stukje textiel ertussen. Veel gebruikt bij het voorklimmen.

Startend met de letter R

Redpoint

Als je een route pas haalt na een tweede of latere poging.

Startend met de letter S

Sidepull

Een greep die je van de zijkant kunt gebruiken, en die je dus van de zijkant moet belasten.

Slab / Plaat

Een vooroverhellend stuk wand, bij lagere niveau’s soms te klimmen zonder gebruik van je handen.

Slack / Speling

Speling in het touw. Teveel slack tijdens het klimmen is niet goed, het vergroot de afstand die je mogelijk valt.

Sloper

Een aflopende greep waar je niet je vingers achter kunt haken. Je klimt deze op de wrijving van je huid. Tegenovergestelde van een sloper.

Snagging

Touw blijft zitten in hapje van carabiner, vlak bij de opening.

Speed climbing

De meest snelle (en mogelijk de meest bizarre) manier van klimmen: het doel is om zo snel mogelijk boven te zijn. Leuk om te zien in competities.

Sportklimmen

Het klimmen van vooraf gedefinieerde routes, met als doel de top te halen zonder te rusten. Materialen zijn er voor de veiligheid, niet om bovenaan te komen: je klimt op eigen kracht.

Spotten

Ervoor zorgen dat iemand niet op een rare manier op de grond landt bij een val.

Spotter

Iemand die ervoor zorgt dat je niet op een rare manier op de grond landt bij een val.

Statisch (klimmen)

Beheerst klimmen zonder snelle, krachtige bewegingen. Het tegenovergestelde van statisch klimmen is dynamisch klimmen.

Startend met de letter T

Toehook

Je tenen gebruiken om aan een greep of rand te blijven hangen. De Bathang is hiervan het ultieme voorbeeld.

Topo

Gebundelde informatie (routebeschrijving, namen, moeilijkheidsgraden) over de routes op een plek, vaak in de vorm van boekjes die je kunt kopen.

Toppen / Send

Het bereiken van het einde/de top van een klimroute of boulder zonder te vallen. Het Engelse ‘to send’ wordt ook gebruikt.

Toprope / Naklimmen

Een manier van klimmen waarbij het touw al via de top van de route vast zit aan je klimgordel. De standaard manier van klimmen in de meeste klimhallen.

Trad climbing

Trad-itioneel klimmen. Je gebruikt niet de haken in de muur maar je zoekt kieren waarin je zelf je zekeringen maakt.

Startend met de letter U

Undercling

Een greep die je van onderen kunt gebruiken (met je handpalm naar boven gericht).

Startend met de letter V

Via Ferrara / Klettersteig

Een (wandel)route waarbij je je met carabiners inklipt aan een stalen kabel, die vast zit aan de rots.

Voetfout

Het tijdens het klimmen verkeerd plaatsen van een voet, waardoor je onder andere het risico loopt op de kop te vallen bij het voorklimmen

Voetwissel

Het wisselen van de voet waar je op staat naar je andere voet. Vaak gedaan met een heel klein sprongetje waarin je snel de voet waarop je staat wisselt met je andere voet.

Voorklimmen / Lead climbing

Een manier van klimmen waarbij je setjes mee naar boven neemt en je zelf het touw mee naar boven neemt en vast maakt. De standaard manier van klimmen als je buiten klimt.

Startend met de letter W

Whaling

Op een rand je buik gebruiken voor grip, met je benen nog bungelend over de rand. Deze beweging lijkt een beetje op een aangespoelde walvis op een strand, vandaar de naam.

Whipper

Het maken van een grote (en harde) val met voorklimmen.

Wire gate

Het poortje van een carabiner, maar dan gemaakt van een gebogen draad in plaats van een poortje gemaakt van een stuk aluminium.

Startend met de letter X

😱 Er is nog niets met de letter X!

Startend met de letter Y

Yosemite finish

Een bepaalde manier van je touw terugsteken door je teruggestoken achtknoop. Wordt niet aangeraden omdat dit de knoop wat meer ruimte geeft, iets dat je niet wilt met een knoop waar je aan hangt 🙂

Startend met de letter Z

Zekerapparaat

Een apparaat dat je met een carabiner vast maakt aan je klimgordel, met als belangrijkste doel het opvangen van een klimmer tijdens een val.

Zekeren

Het beveiligen van een klimmer. Dit kan in sommige gevallen ook jezelf zijn, bijvoorbeeld tijdens het abseilen.

Zekerlus

De grote lus aan de voorkant van je klimgordel, die je gebruikt bij het inbinden.

Zitstart

Je begint je boulder zittend op de grond of zittend op je crashpad.